Mestonderzoek in de winterIn deze tijd van het jaar krijgen wij bij HippoSupport vaak de vraag of het wel zin heeft om mestonderzoek te doen in de winter. In dit artikel leggen wij uit waarom mestonderzoek in de winter in ieder geval nooit zinloos is, maar dat het belangrijk is hoe de uitslag geïnterpreteerd wordt. 

 

Mestonderzoek is altijd zinvol!
Heel kort gezegd; Mestonderzoek in de winter is zeker niet zinloos. Mestonderzoek is namelijk nóóit zinloos. Het geeft je altijd informatie. De kunst is dan om die informatie op een juiste manier te interpreteren. Dat geldt voor ieder mestonderzoek dat gedaan wordt, en des te meer wanneer dat in de winter wordt gedaan.

Geen wormeitjes te vinden met mestonderzoek
Het eerst wat je vaak hoort, is dat er in de winter geen wormeitjes gevonden zouden kunnen worden met mestonderzoek. Die uitspraak kunnen wij direct naar het rijk der fabelen verwijzen. Als een paard een worminfectie heeft en de wormen leggen eitjes, dan kunnen deze prima gevonden worden met mestonderzoek, óók in de winter. In de volgende grafieken geven wij wat meer inzicht in hoeveel van de monsters die wij gedurende het jaar ontvangen een worminfectie bevatten.

Mestonderzoek in de winter worminfecties gedurende het jaar

 

Aangetroffen bloedworminfecties gedurende het jaar
In de grafiek hiernaast zie je per kwartaal wat er aangetroffen werd in de monsters die wij ontvingen. Zoals je ziet troffen wij ook in de wintermaanden (kwartaal 4 en 1) in meer dan 40% van de monsters nog een bloedworminfectie aan. In minimaal 9,8% van de gevallen was dat zelfs een zware infectie (>500 EPG).  

 

 

 

 

 

Mestonderzoek in de winter Aangetroffen bloedworminfecties per leeftijd gedurende het jaar

 

Aangetroffen bloedworminfecties gedurende het jaar, per leeftijdscategorie
De cijfers kunnen natuurlijk ook uitgesplitst worden naar leeftijd van de paarden. In de grafiek hiernaast hebben wij de gemiddelde bloedworminfectie (uitgedrukt in EPG) weergegeven per leeftijdscategorie. Wij de paarden ingedeeld in 3 categorieën; 0-5jr, 6 t/m 15 jaar en 16+ jaar. (zie 2e grafiek)

Het is een beetje een open deur; de jonge paarden (0-5jr) hebben gemiddeld de zwaarste bloedworminfectie. Dat is op zich ook logisch, omdat deze paarden nog hun natuurlijke weerstand op moeten bouwen. Gedurende het gehele jaar ligt de gemiddelde infectiedruk significant hoger dan de andere leeftijdsgroepen. 

 

Mestonderzoek in de winter Welke leeftijdscategorie heeft het vaakst een zware bloedworminfectie

 

Welke leeftijdsgroep heeft het vaakst een zware bloedworminfectie
Dan is het nog interessant om te kijken welke paarden nou het vaakst een zware bloedworminfectie (EPG >500) hebben. Wij hebben voor alle zware worminfecties bijgehouden wat de leeftijd van het paard was. Deze hebben wij onderverdeeld in 4 leeftijdscategorieën; 0 t/m 5jr, 6 t/m 10 jr, 11 t/m 17 jr en 18+.  In de grafiek hiernaast zie je de onderverdeling van de zware bloedworminfecties per leeftijdscategorie (in % uitgedrukt). Ter illustratie; van alle zware bloedworminfecties die wij in het 1e kwartaal vonden in de monsters, was 58% afkomstig van paarden in de leeftijd van 0 t/m 5 jaar. De uitkomst komt aardig overeen met wat je zou verwachten; de jongste dieren hebben het vaakst een zware worminfectie in vergelijking met de andere groepen. In de grafiek valt direct op dat in het 1e en 4e kwartaal de verhouding ten opzichte van de andere leeftijdscategoriën sterk afwijkend is. De andere leeftijdscategorieën hebben in die kwartalen naar verhouding veel minder vaak een zware bloedworminfectie dan in het 2e en 3e kwartaal.  

Wat als er geen eitjes in de mest gevonden worden?
Nu duidelijk is dat er ook gedurende de winter wormeitjes kunnen worden gevonden, is het goed om stil te staan bij wat het betekent als er géén wormeitjes worden gevonden. Het is mogelijk dat wormen niet/minder actief zijn en geen eitjes leggen. Er valt dan met mestonderzoek natuurlijk niets te vinden. Het kán natuurlijk ook betekenen dat het paard geen worminfectie heeft, maar die conclusie kun je niet trekken. Je kunt alleen stellen dat er op het moment van het mestonderzoek geen volwassen eileggende wormen aanwezig zijn. Wanneer het gaat om een paard waarbij gedurende de rest van het jaar tijdens het mestonderzoek regelmatig wormeitjes zijn aangetoond, dan kan het verstandig zijn om na 4 weken nogmaals mestonderzoek te doen. Als er gedurende de rest van het jaar ook geen worminfecties zijn aangetroffen, dan is het verstandig in ieder geval in het voorjaar, als de temperaturen overdag weer boven de 10 graden komen weer mestonderzoek te doen. 

Betekent het dan ook dat je niet hoeft te ontwormen als er geen wormeitjes worden gevonden? Die vraag is niet zomaar te beantwoorden. Want ook al geeft de uitslag van het mestonderzoek geen aanleiding om te ontwormen, er kunnen andere factoren zijn die hiertoe wel aanleiding geven. Het is daarom altijd verstandig de uitslag van het mestonderzoek (ook als er niets gevonden is) voor te leggen aan je eigen dierenarts. Deze kent jouw paard, de (medische) historie en de omstandigheden waaronder het paard wordt gehouden. Op basis daarvan kan jou eigen dierenarts een goed wormbestrijdingsadvies opstellen en eventueel een wormkuur verstrekken. 

Er wordt overigens door veel dierenartsen geadviseerd om 1 keer per jaar, net na de 1e nachtvorst, te ontwormen met Equest Pramox. In dit artikel kun je daar meer over lezen. Natuurlijk adviseren wij om wel eerst mestonderzoek te doen. Daarmee voorkom je nare verrassingen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees hier meer, of accepteer door te sluiten.